Systemische enzymsuppletie

Systemische enzymsuppletie is kort gezegd het toedienen van specifieke, extra enzymen om het lichaam, en dan specifiek de lichaamseigen geneeskracht, te ondersteunen en stimuleren. Maar om welke enzymen gaat het dan? Hoe werkt het? En waar moet je opletten bij het toedienen van enzymen?

Enzymen zijn actieve complexe proteïnen (eiwitten) of proteïden die naast aminozuren ook niet-peptide stoffen bevatten, zoals metaalionen of vitaminen. Hun rol is die van ‘biokatalysator’: het activeren en controleren van de chemische reacties in het lichaam, zoals het afbreken van eiwitten, vetten en koolhydraten uit ons voedsel. Enzymen spelen ook een belangrijke rol in het immuunsysteem. Bij bacteriële of virale infecties, auto-immuunziekten, algemene ontstekingen en vaataandoeningen zijn het de enzymen die het lichaam in staat stellen ‘handelend op te treden’.

Hoe komen we aan enzymen?

Bepaalde lichaamscellen bouwen enzymen op uit de aminozuren, vitaminen, hormonen en andere stoffen die we via ons voedsel binnen krijgen. Door het eten van verse groenten en fruit krijgen we ook kant-en-klare enzymen binnen. Uit sommige dierlijke organen (zoals de pancreas) zijn een ‘enzymenbron’.
In een normaal, gezond menselijk lichaam is de enzymaanmaak en -activiteit in de regel voldoende. Maar allerlei oorzaken (erfelijk of verworven) kunnen deze enzymatische mechanismen verstoren. Dan is het noodzakelijk met enkelvoudige of gecombineerde preparaten extra enzymen in te nemen.

Therapeutische toepassingen
Er zijn tot nu toe ongeveer 3.000 verschillende enzymen gespecificeerd van de in totaal ongeveer 12.000 enzymen die levensprocessen besturen. Het merendeel van de therapeutisch toegepaste enzymen behoort tot de groep van de hydrolasen. Hieronder vallen het plantaardige papaïne en bromelaïne.
Hydrolasen of hydrolytische enzymen bevorderen de verwijdering van immuuncomplexen uit het bloed, de zogenaamde ‘immune complex clearance¹. Bovendien verhogen ze de cytostatische activiteit van de natural-killer-cellen en de macrofagen. Ze ontmaskeren kankercellen en breken de fibrinemantel van deze cellen af waaronder hun receptoren zich voor het immuunsysteem verschuilen. Ook verliezen kankercellen onder invloed van enzymen hun ‘stickiness’ (hechtkracht).
De specifieke proteolytische of eiwitsplitsende enzymen (tripsine, chemotripsine, bromelaïne, papaïne, amylase, lipase en haemocupreïne of super-oxydase-dismutase) splitsen hun substraat door het opslaan van water aan een precies gedefinieerde plaats tussen twee bepaalde aminozuren. De aminozuurketen met de betreffende aminozuren moet dan wel aan het actieve centrum van de protease gekoppeld kunnen worden volgens het sleutel-en-slot-principe. Op deze wijze werkende enzymen zetten macrofagen tot fagocytose aan en tot het vrijmaken van tumor-necrosis-factoren (tnf-alpha en tnf-beta) en interleukinen (IL-1 en IL-2). Bovendien kunnen deze enzymen de overactivering van macrofagen beletten, waardoor voorkomen wordt dat een teveel aan tnf-alpha vrijkomt en er bijwerkingen ontstaan.

Het bijzondere effect van enzymen op alfa-2-macroglobuline en de binding van ontstekingsmediatoren, zoals overtollige interstitiële en intravasculaire cytokines en het modulerend effect hierop, is kenmerkend voor Innovazym.

“De enzymen zorgen er kort gezegd voor dat het evenwicht van het immuunsysteem wordt hersteld”, aldus Münch van het Medizinische Enzym-Forschungsgesellschaft.


Schematische weergave van de werking van alfa-2-macroglobuline

Resorptie
Lange tijd was de resorptie (opname) van actieve enzymen uit de darm in het bloed en de lymfe omstreden. De opvatting dat macromoleculen als enzymen de darmwand niet kunnen passeren, is inmiddels achterhaald. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat via rectale opnamemechanismen ook de lichaamseigen pancreasenzymen uit de darm worden teruggeresorbeerd. Het resorptie-percentage van oraal toegediende proteolytische enzymen ligt tussen de 20 en 40%, afhankelijk van het soort protease.
Resorptie van enzymen blijkt op drie manieren te kunnen plaatsvinden. Ten eerste blijkt een paracellulair transport, ondanks de tight junctions tussen de darmepithelen, toch in bepaalde mate mogelijk te zijn. Een tweede mogelijkheid is dat zwervende lymfocyten voor korte tijd het darmlumen binnendringen, daar groot moleculaire stoffen opnemen, weer terugkeren in de bloedsomloop en daar deze stoffen weer afgeven. Een derde, en wel de belangrijkste manier, is dat zich aan receptoren aan de basis van darmvlokken van normale enterocyten (M-cellen) grote proteïnen kunnen vasthechten (endocytose). Met behulp van pinocytose worden deze later opgenomen en door de cel geloodst of naar de lymfocyten die de M-cel instulpen. Daarna worden ze aan de binnenzijde van het lichaam weer vrijgemaakt.
De opnamecapaciteit is beperkt en verschilt sterk van persoon tot persoon. Zelfs bij een individu treden, afhankelijk van de verschillende beïnvloedingsfactoren, grote verschillen op bij de opnamecapaciteit van proteïnen door de darm.
Oraal toegediende enzymen zijn vreemde eiwitstoffen. Normaal gesproken zouden die tot heftige allergische reacties moeten leiden. Dit gebeurt niet omdat in het menselijk lichaam antiproteïnasen circuleren (a1-antitripsine en a2-macroglobuline). Deze vangen geresorbeerde enzymen op en bedekken hun allergene determinant. Interessant is dat de enzymen niet volledig geïnactiveerd worden; hun restactiviteit is voldoende om in het lichaam de werking te ontplooien die bij enzymtherapie wordt verwacht.

Toediening
Bij orale toediening moeten enzymen hoog worden gedoseerd. Overdosering van enzymcombinatiepreparaten met systemische effecten is als gevolg van de actieve resorptie niet mogelijk. Het teveel aan werkzame bestanddelen wordt via de stoelgang uitgescheiden. Door de sterke zurige geur van de plantaardige enzymen veroorzaakt dit als bijverschijnsel een verandering van de geur van de ontlasting.
Een maagsap resistente film over de tabletten zorgt ervoor dat deze niet in de maag maar in de dunne darm oplossen. De actieve enzymen worden zo pas bij de intestinale resorptiesystemen opgenomen.
Enzympreparaten moeten ruim voor de maaltijden met voldoende vloeistof worden ingenomen. Een vermenging met de voedselbrij verslechtert de resorptie. De vloeistof is nodig, omdat de opgeloste enzymen voor het afscheiden water nodig hebben en bij de hydrolytische splitsen van de substraten water verbruiken.
Zelfs bij hoge doses gedurende langere tijd veroorzaken enzymen vrijwel geen bijwerkingen behalve soms onschuldige veranderingen van de ontlasting (structuur, kleur en geur). Allergische reacties treden uiterst zelden op. Als ze optreden, verdwijnen ze direct na beëindiging van de therapie ook weer.

Systemische enzymtherapie
Grondlegger van de systemische enzymtherapie is de Oostenrijker prof.dr. Max Wolf (1885-1976). Wolf ontdekte het verband tussen een tekort aan bepaalde enzymen en kanker. Hij constateerde ook dat bepaalde proteolytische enzymen in het serum van gezonde cellen een bijdrage leveren aan de selectieve vernietiging van kankercellen. Door experimenten toonden hij en zijn medewerkers, onder wie de Amerikaanse celbiologe dr. Helen Benitez, aan dat bepaalde combinaties van plantaardige en dierlijke enzymen veel effectiever zijn dan afzonderlijke enzymen. Deze combinaties vormen nu nog de basis voor de systemische enzymtherapie.